ECLI:NL:RBLEE:2005:AU8144
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot overtreding Flora- en faunawet door plaatsen vangkooien voor kraaien
Verdachte plaatste op twee locaties vangkooien met fazanteneieren als lokaas om kraaien te vangen, een beschermde inheemse diersoort. Eén val stond op een perceel waar verdachte toestemming had van de grondgebruiker, de andere op zijn eigen terrein. Verdachte voerde aan dat het vangen van kraaien onder een landelijke vrijstelling viel en dat hij daarom niet strafbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de landelijke vrijstelling voor kraaien niet automatisch ontslag van rechtsvervolging betekent. Er moet sprake zijn van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, en een causaal verband tussen de schade en de handelingen. Dit was niet aangetoond. De vrijstelling geldt alleen voor grondgebruikers of personen met schriftelijke toestemming van de grondgebruiker en beperkt tot aantoonbare schade.
De rechtbank verklaarde het feit bewezen en kwalificeerde het als poging tot overtreding van artikel 9 Flora Pro- en faunawet. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 200 euro, waarvan 100 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De inbeslaggenomen vangkooien werden verbeurd verklaard. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 200 euro en verbeurdverklaring van de vangkooien wegens poging tot overtreding van de Flora- en faunawet.