ECLI:NL:RBLEE:2005:AU8651
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- O. Anjewierden
- H.R. Bax
- J. van Bruggen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksuele gedragingen en bezit kinderpornografie
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 20 december 2005 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksuele gedragingen jegens een minderjarige en het bezit van kinderpornografisch materiaal. De dagvaarding werd als geldig verklaard, waarbij de telastelegging deels werd gewijzigd.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig moest worden verklaard wegens onvoldoende concretisering van de beschuldigingen omtrent het bezit van kinderpornografie. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de algemene omschrijving volstond gezien de uitgebreide dossierbeschrijvingen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor de seksuele gedragingen uitsluitend bestond uit verklaringen van het slachtoffer, zonder aanvullende ondersteunende bewijzen. De moeder van het slachtoffer had slechts geconstateerd dat haar zoon overstuur was, wat onvoldoende bewijs vormde. Voor het bezit van kinderpornografie vond de rechtbank dat verdachte aannemelijk had gemaakt dat de gegevensdragers ook door anderen werden gebruikt en dat er geen sporen op zijn computer waren. Hierdoor ontbrak overtuigend bewijs.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.