ECLI:NL:RBLEE:2005:AU8886
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot afgifte roerend goed wegens onvoldoende bewijs eigendom
De zaak betreft een geschil over de eigendom van een speelgoedkist die zich bij gedaagde bevindt. Eiser stelt eigenaar te zijn en wil de kist laten afgeven, terwijl gedaagde betwist dat de kist eigendom is van eiser en stelt dat deze deel uitmaakt van de nog te verdelen huwelijkse gemeenschap met haar voormalige echtgenoot.
Eiser heeft zijn drie kinderen als getuigen doen horen, die verklaren dat de kist bedoeld was om bij de nalatenschapsverdeling betrokken te worden. Gedaagde heeft in contra-enquête zichzelf en een andere partij als getuigen laten horen, die verklaren dat de kist aan haar toebehoorde. De kantonrechter weegt mee dat de verklaringen van de kinderen als belanghebbenden niet zonder meer gelijkgesteld kunnen worden met die van onafhankelijke getuigen en dat de feiten circa 25 jaar geleden hebben plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks de samenhangende verklaringen van de kinderen onvoldoende duidelijkheid bestaat over de aard van de eigendomsoverdracht en de wijze van verdeling. Ook is het bewijs in contra-enquête in het voordeel van gedaagde. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de speelgoedkist wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van eigendom.