ECLI:NL:RBLEE:2005:AY9622
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbare belediging bij geschrift
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 10 november 2005 een zaak waarin het openbaar ministerie verdachte vervolgt wegens belediging van een ambtenaar bij geschrift. De raadsman van verdachte voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een schriftelijke aangifte die tot de vervolging leidde. De politierechter verwierp dit verweer en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk.
De politierechter oordeelde dat er onvoldoende wettig bewijs was voor het primair ten laste gelegde feit, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. Het subsidiair ten laste gelegde, waarin verdachte opzettelijk een ambtenaar beledigde door bij geschrift mededelingen te doen over corruptie en machtsmisbruik, werd wel bewezen verklaard.
Echter, de politierechter stelde dat het subsidiair bewezen verklaarde feit niet kwalificeerbaar was als een strafbaar feit onder artikel 266 Sr Pro, omdat het wettelijk vereiste element van openbaarheid ontbrak. Hierdoor werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging voor dat feit.
De uitspraak resulteerde in ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, vrijspraak van het primair ten laste gelegde en ontslag van rechtsvervolging voor het subsidiair ten laste gelegde. Het vonnis werd gewezen door politierechter M. Brinksma en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van primair ten laste gelegde en ontslagen van rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbare belediging bij geschrift.