ECLI:NL:RBLEE:2006:AV1953
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Severein
- P.G. Wijtsma
- H.R. Bax
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift met traveller's cheques
De rechtbank Leeuwarden heeft op 30 januari 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van valsheid in geschrift. Het feit vond plaats in Tsjechië, waarbij verdachte samen met anderen ongeveer 828 traveller's cheques valselijk heeft opgemaakt door eigen handtekeningen te plaatsen in plaats van die van de bevoegde nemer.
De verdediging voerde onder meer aan dat het feit volgens Tsjechisch recht verjaard zou zijn en dat er sprake was van onredelijke vertraging in de vervolging. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit. Daarnaast was de vertraging in de vervolging niet zodanig dat dit tot niet-ontvankelijkheid of strafvermindering zou leiden.
Het bewijs bestond uit de bekentenis van verdachte dat hij wist dat hij niet bevoegd was de handtekeningen te zetten en dat hij de cheques valselijk heeft opgemaakt. De rechtbank kwalificeerde dit als medeplegen van valsheid in geschrift. Gelet op de omstandigheden, het feit dat verdachte al in preventieve hechtenis heeft gezeten en zijn huidige situatie, legde de rechtbank een lagere straf op dan geëist: 199 dagen gevangenisstraf met aftrek van de tijd in Tsjechië en een werkstraf van 120 uur.
Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 199 dagen gevangenisstraf met aftrek van preventieve hechtenis en een werkstraf van 120 uur wegens medeplegen van valsheid in geschrift.