Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLEE:2006:AV2516

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
31 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
175143 /CV EXPL 05-3696
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.H. Varekamp-Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding schade door blokkade openbare weg met tractor

Eiser vordert vergoeding van schade die is ontstaan doordat gedaagde op 20 september 2004 met een tractor de enige toegangsweg tot de landerijen van eiser heeft geblokkeerd. Hierdoor kon het loonbedrijf van eiser haar werkzaamheden niet uitvoeren, wat leidde tot extra kosten.

Gedaagde betwist de blokkade en stelt dat eiser zijn landerijen via andere wegen kon bereiken, en dat het gebruik van de weg een verzwaring van erfdienstbaarheden en onderhoudsplichten voor hem zou betekenen. De kantonrechter stelt vast dat het een openbare weg betreft en dat gedaagde niet het recht had deze te blokkeren.

De kantonrechter acht bewezen dat gedaagde de doorgang heeft versperd en oordeelt dat dit een onrechtmatige daad vormt volgens artikel 6:162 BW Pro. De vordering tot schadevergoeding, rente en kosten wordt toegewezen, met een totaalbedrag van € 323,32 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van € 323,32 schadevergoeding wegens onrechtmatige blokkade van een openbare weg.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 175143 \ CV EXPL 05-3696
vonnis van de kantonrechter d.d. 31 januari 2006
inzake
[a] en
[b],
hierna zowel gezamenlijk als in enkelvoud te noemen: [a],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers,
gemachtigde: NGC Gerechtsdeurwaarders Buitenpost,
tegen
[c],
hierna te noemen: [c],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
procederende in persoon.
Procesverloop
1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft [a] gevorderd om [c] te veroordelen tot betaling van € 323,32 met rente en kosten. [a] heeft daarbij producties in het geding gebracht.
[c] heeft bij antwoord, onder overlegging van producties, de vordering betwist.
Na repliek, dupliek, een akte aan de zijde van eisers (met producties) en een antwoord-akte zijdens gedaagde is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
Motivering
2. [a] stelt dat hij op 20 september 2004 werkzaamheden uit wilde (laten) voeren op zijn landerijen. Voor het aan- en afrijden maakte [a] gebruik van het [naam van de weg], zijnde een openbare weg. Het [naam van de weg] was op dat moment de enige toegangsweg tot de percelen van [a]. [c] heeft op voornoemde datum het [naam van de weg] met een tractor geblokkeerd. Als gevolg daarvan kon het door [a] ingeschakelde loonbedrijf haar werkzaamheden niet verrichten c.q. voortzetten. Het loonbedrijf heeft de tijd die zij als gevolg van de blokkade heeft moeten wachten bij [a] in rekening gebracht. Het gaat hierbij om een bedrag van € 238,50. [a] vordert thans van [c] betaling van dat bedrag, stellende dat [c] jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld door het [naam van de weg] te blokkeren. [c] betwist dat hij zijn landerijen via andere wegen kon bereiken.
3. [c] betwist dat hij het [naam van de weg] op 20 september 2004 heeft geblokkeerd. Daarnaast stelt [c] dat [a] zijn landerijen via andere wegen (onder meer door het dorp) kon bereiken. [a] heeft er echter zelf voor gekozen om niet via die andere wegen naar zijn percelen te rijden. [a] dient zelf de gevolgen van die keuze te dragen. Ten slotte stelt [c] dat het gebruik door [a] van het [naam van de weg] leidt tot een verzwaring van zijn erfdienstbaarheden en van de op [c] rustende onderhoudsplicht ten aanzien van het [naam van de weg].
4. De kantonrechter oordeelt omtrent dit geschil als volgt. Zij is op grond van de bij akte zijdens [a] overgelegde stukken - waarvan de inhoud door [c] niet gemotiveerd is betwist - van oordeel dat voldoende is gebleken dat laatstgenoemde op 20 september 2004 de doorgang op het [naam van de weg] heeft versperd. In de aantekening van de verbalisant wordt immers vermeld:
Mevr. [a] deed haar verhaal dat het loonbedrijf doorgang had over het
[naam van de weg] om de mais van het land te halen. Er stonden enkele tractors en een
combinatie in de wacht. Ze had tevens een schrijven van de gemeente waaruit
bleek dat het [naam van de weg] een openbare bestemming had. Op grond daarvan heb
ik besloten dat de tractor verwijderd moest worden door de eigenaar [c].
Daarnaast is door [d] van het betrokken loonbedrijf verklaard:
Door de blokkade van [c] met zijn trekker op 20-09-2004 heb ik daardoor
wachturen gehad, ook dit jaar Hield dhr. [c] ons weer op.
5. De door [c] overgelegde foto waarop een, in de berm geparkeerde tractor valt te bewonderen, doet aan het vorenstaande niet af. Niet gebleken is immers dat de situatie op deze foto de situatie weergeeft zoals deze op 20 september 2004 feitelijk was.
6. Tussen partijen is niet in geschil dat het [naam van de weg] een openbare weg is. Het stond [c] dan ook niet vrij die weg te blokkeren. De stelling van [c] dat gebruik door [a] van het [naam van de weg] leidt tot een verzwaring van erfdienstbaarheden en van de onderhoudsplicht van [c] ten aanzien van die weg volgt de kantonrechter niet. Dat op het [naam van de weg] een erfdienstbaarheid ten behoeve van [c] rust is immers uit niets gebleken. Hetzelfde geldt voor de door [c] gestelde onderhoudsplicht. De stelling van [c] dat [a] via andere wegen zijn landerijen kon bereiken kan evenmin tot afwijzing van de vordering leiden. Nog afgezien van het feit dat [a] uitdrukkelijk en goed onderbouwd heeft betwist dat deze wegen voor hem begaanbaar waren, is het niet aan [c] om te bepalen langs welke wegen [a] naar zijn land rijdt.
De kantonrechter acht het door [a] gestelde op dit punt te meer aannemelijk nu is gebleken dat de route via het [naam van de weg] voor hem een forse omweg betekende,
7. De blokkade door [c] van het [naam van de weg] levert naar het oordeel van de kantonrechter een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek op. [c] dient de als gevolg van zijn handelen veroorzaakte schade dan ook aan [a] te vergoeden. De vordering van [a] zal mitsdien worden toegewezen.
8. Tegen de verschuldigdheid van de gevorderde rente en incassokosten zijn door [c] geen zelfstandige verweren gevoerd, zodat beide nevenvorderingen als niet weersproken toewijsbaar zijn.
9. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [c] in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Gebleken is dat [a] ten onrechte ook BTW heeft gevorderd over de kosten voor onderzoek in de Gemeentelijke Basisadministratie. De BTW zal echter slechts worden berekend over de exploitkosten zodat zal worden toegewezen € 13,67. Aan verschotten wordt derhalve toegewezen een bedrag van € 88,10.
Beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [c] tot betaling aan [a] van een bedrag groot € 323,32 (zegge: driehonderd drieëntwintig Euro en 32 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 238,50 vanaf 28 juni 2005, zijnde de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [c] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [a] begroot op € 120,00 wegens salaris en op € 178,10 wegens verschotten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. G.H. Varekamp-Vos, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 145