ECLI:NL:RBLEE:2006:AV7667
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering naleving concurrentiebeding en boetebetaling wegens onvoldoende bewijs
Novum vordert in kort geding dat [y] zich houdt aan een concurrentiebeding dat hem verbiedt gedurende drie jaar na beëindiging van het dienstverband bestaande cliënten van Novum te adviseren, onder verbeurte van een dwangsom en betaling van verbeurde boetes. [y] voert verweer dat hij geen overtreding pleegt omdat een deel van de cliënten is overgegaan naar een derde partij en hij door hen is benaderd.
De kantonrechter oordeelt dat het relatiebeding ziet op cliënten die op het moment van beëindiging van het dienstverband tot de cliëntèle van Novum behoorden. Cliënten die zijn overgeheveld naar Feenstra vallen hier niet onder. Novum heeft onvoldoende inzicht gegeven in welke cliënten wanneer zijn overgeheveld en wanneer [y] deze heeft geadviseerd, waardoor niet kan worden vastgesteld of overtreding heeft plaatsgevonden.
De vordering tot naleving van het concurrentiebeding wordt daarom afgewezen. De vordering tot betaling van verbeurde boetes wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een spoedeisend belang, aangezien Novum onvoldoende heeft onderbouwd waarom onmiddellijke betaling noodzakelijk is.
In reconventie verklaart de kantonrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag en verwijst de zaak naar de bevoegde voorzieningenrechter. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot naleving van het concurrentiebeding wordt afgewezen en de vordering tot betaling van boetes wordt niet-ontvankelijk verklaard.