ECLI:NL:RBLEE:2006:AX2001
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling in rekening brengen heffingsrente bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2003
Eiseres voerde bezwaar aan tegen de in rekening gebrachte heffingsrente van €124 over de aanslag inkomstenbelasting en volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2003. Zij stelde dat de Belastingdienst verwijtbaar heeft gehandeld door ten onrechte heffingskortingen toe te kennen bij de voorlopige aanslag, waardoor de rente verminderd zou moeten worden.
De rechtbank stelde vast dat heffingsrente een neutraal karakter heeft en bedoeld is als compensatie voor niet genoten rente, niet als sanctie. Het maakt niet uit of de Belastingdienst verwijtbaar heeft gehandeld bij het opleggen van de voorlopige aanslag, tenzij sprake is van een schriftelijk verzoek om een nadere voorlopige aanslag dat niet binnen drie maanden wordt behandeld, wat hier niet het geval was.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de gemachtigde van eiseres niet als een dergelijk verzoek kon worden aangemerkt. Ook was de werkwijze van de Belastingdienst om de voorlopige aanslag uitsluitend op basis van de aangifte vast te stellen niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de in rekening gebrachte heffingsrente bleef gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de heffingsrente van €124 terecht is opgelegd.