ECLI:NL:RBLEE:2006:AX8910
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete wegens niet tijdig doen aangifte tijdens faillissement
Eiser werd in 1999 failliet verklaard en zijn curator ontving alle belastingpoststukken. Voor het jaar 2002 werd een aanslag IB/PVV opgelegd met een verzuimboete van €794, later ambtshalve verminderd tot €158. Eiser was niet op de hoogte van het aangiftebiljet en de aanmaning, omdat deze naar zijn curator werden gestuurd. Nadat hij alsnog aangifte deed, verklaarde verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn pas begint te lopen vanaf het moment dat eiser op de hoogte was van de aanslag en boete, en dat eiser het bezwaarschrift tijdig heeft ingediend. De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
De rechtbank stelt vast dat het niet tijdig doen van aangifte een verzuim is dat beboet kan worden, maar dat eiser niet volledig schuldig is omdat hij niet over de benodigde bescheiden beschikte en niet werd geïnformeerd door de curator. Verweerder had een boete van €226 opgelegd wegens een vijfde verzuim, maar de rechtbank acht dit onterecht omdat de eerdere boetes tijdens het faillissement niet aan eiser kunnen worden toegerekend.
Derhalve wordt uitgegaan van een eerste verzuim en wordt de boete verminderd tot €22. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en treedt in de plaats daarvan.
Uitkomst: De boete wegens niet tijdig doen van aangifte wordt verminderd van €158 naar €22 en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.