ECLI:NL:RBLEE:2006:AX8945
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlaagd bestelautotarief wegens onvoldoende aannemelijkheid rollator als niet-opvouwbaar hulpmiddel
Eiser, die lijdt aan een chronische spierzenuwziekte en volledig afhankelijk is van een rollator, heeft een bestelauto aangeschaft die is aangepast aan zijn invaliditeit. Hij verzocht om toepassing van het verlaagde bestelautotarief op grond van artikel 24a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, omdat hij zijn rollator vanwege zijn handicap niet in een personenauto kan vervoeren.
Verweerder wees dit verzoek af, wat door eiser werd aangevochten bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn rollator van zodanige omvang of gewicht is dat hij enkel met een bestelauto vervoerd kan worden. Hoewel eiser niet in staat is zijn rollator op te vouwen of over een kofferbakdrempel te tillen, stelde verweerder dat er personenauto's bestaan die geschikt zijn voor het vervoer van de rollator in uitgevouwen toestand.
De rechtbank concludeerde dat het feit dat eiser de bestelauto op advies van deskundigen heeft aangeschaft en dat deze auto is aangepast aan zijn invaliditeit, niet afdoet aan het oordeel dat ook personenauto's vergelijkbare aanpassingen kunnen hebben. Daarom is het verzoek om het verlaagde tarief toe te passen terecht afgewezen en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij enkel met een bestelauto zijn rollator kan vervoeren.