ECLI:NL:RBLEE:2006:AX8990
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Navordering belasting wegens te weinig geheven loonheffing bij verwisseling aangiftegegevens
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2003. Verweerder legde aan eiseres een definitieve aanslag op met een belastbaar inkomen van €30.273, terwijl eiseres feitelijk veel lagere inkomsten had genoten. Dit leidde tot discussie over de rechtmatigheid van de navordering.
De kern van het geschil is dat bij het opleggen van de aanslag een bedrag aan loonheffing werd verrekend dat aanzienlijk hoger was dan de daadwerkelijk ingehouden loonheffing op de uitkeringen en looninkomsten van eiseres. De rechtbank stelt vast dat navordering op grond van het eerste lid van artikel 16 AWR Pro niet aan de orde is, omdat de aanslag te hoog was vastgesteld. Echter, navordering op grond van het tweede lid, onderdeel a, van artikel 16 AWR Pro, die ziet op te weinig geheven belasting door onjuiste verrekening van voorheffing, is wel toegestaan.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd en dat verweerder niet een te hoog bedrag heeft nagevorderd. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wegens te weinig geheven belasting is terecht opgelegd; het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.