ECLI:NL:RBLEE:2006:AY0094
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen DNA-profielbepaling en verwerking bij veroordeelde afgewezen
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij stelde dat de wet gefaseerd zou worden ingevoerd en dat zijn veroordeling niet onder de zwaarste misdrijven viel, waardoor hij geen verplichting zou hebben om DNA af te staan. De rechtbank oordeelt dat de wetgever de omvang en invoering bepaalt en dat aan algemene folders geen rechten kunnen worden ontleend.
Daarnaast voerde de veroordeelde aan dat het afstaan van DNA een onevenredige inbreuk op zijn integriteit vormt. De rechtbank stelt dat de wet voldoende waarborgen bevat, zoals anonimiteit in de DNA-databank en beperkte toegang tot geautoriseerd personeel van het NFI, waardoor misbruik wordt voorkomen.
Ook is het beroep op schending van het recht op privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro verworpen, omdat de wettelijke verplichting een legitiem doel dient en proportioneel is. Ten slotte zijn er geen objectief waardeerbare omstandigheden die het onderzoek naar het DNA-profiel onnodig maken, aangezien de veroordeelde zelf subjectieve keuzes maakte die relevant zijn voor opsporing en vervolging.
Op basis van deze overwegingen verklaart de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt zij de wettelijke verplichting tot DNA-afname en verwerking.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.