ECLI:NL:RBLEE:2006:AY6349
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bijstand aan minderjarige vreemdelingen met rechtmatig verblijf
De rechtbank Leeuwarden behandelde vier samenhangende verzoeken van minderjarige vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven en bijstand aanvragen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De verzoekers beschikten niet over voldoende middelen voor levensonderhoud, terwijl hun ouders ook niet in staat waren hen te ondersteunen. Verweerder had de aanvragen afgewezen wegens het ontbreken van zeer dringende redenen zoals bedoeld in art. 16 lid 1 WWB Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat art. 16 lid 2 WWB Pro buiten toepassing moet blijven vanwege strijd met het Verdrag inzake de rechten van het kind, zodat art. 16 lid 1 WWB Pro van toepassing is. Uit de feiten bleek dat de gezinnen niet konden voorzien in leefgeld en dat incidentele giften geen reëel alternatief vormden. De Stichting Vluchtelingenzorg en andere instanties droegen wel bij in huisvesting en andere kosten, maar niet in de noodzakelijke kosten van voeding en kleding.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er sprake was van dringende redenen die een acute noodsituatie vormden, waardoor bijstand onvermijdelijk was. De voorlopige voorziening werd toegewezen met aansluiting bij de norm voor alleenstaanden van 18 tot 20 jaar zoals bedoeld in art. 20 lid 1 onder Pro a WWB, rekening houdend met individuele omstandigheden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan verzoekers vergoed.
De uitspraak is definitief en er is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en bepaalt dat bijstand wordt betaald vanaf de datum van aanvraag.