ECLI:NL:RBLEE:2006:AY7109
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning Drank- en Horecawet wegens niet voldoen aan hoogte-eis horecalokaliteit
Verzoekster, Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca- en Aanverwante Bedrijf Horeca Nederland, maakte bezwaar tegen de verlening van een Drank- en Horecavergunning door de gemeente Lemsterland aan een vergunninghouder die een viswinkel had omgezet in een horecabedrijf. De vergunning werd verleend ondanks dat de horecalokaliteit niet voldeed aan de vereiste minimale netto-hoogte van 2,40 meter, zoals voorgeschreven in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet en het Bouwbesluit 2003.
De rechtbank oordeelde dat de balken die de hoogte onder de vereiste 2,40 meter brachten niet als incidentele constructieonderdelen konden worden aangemerkt en dus niet buiten beschouwing konden blijven bij de beoordeling van de hoogte. Hierdoor voldeed de horecalokaliteit niet aan de wettelijke eisen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit tot niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het bezwaar inmiddels was behandeld, maar verklaarde het beroep tegen het inhoudelijke besluit gegrond.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalde dat de vergunning geweigerd moet worden. Tevens wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de gemeente Lemsterland tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De vergunning wordt geweigerd omdat de horecalokaliteit niet voldoet aan de minimale netto-hoogte van 2,40 meter.