ECLI:NL:RBLEE:2006:AY8452
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit over maximering urenomvang maatman bij WAO-uitkering
Eiser, arbeidsongeschikt sinds 1996, kreeg een WAO-uitkering berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%. Het UWV trok deze uitkering in 2005 op basis van een nieuwe berekeningswijze waarbij de urenomvang van de maatman werd gemaximeerd op 38 uur per week, terwijl eiser gemiddeld 45 uur werkte. Eiser stelde dat deze maximering onjuist was en leidde tot een nadelige positie ten opzichte van deeltijders.
De rechtbank oordeelde dat de bepalingen in het Schattingsbesluit 2004 die deze maximering voorschrijven, in strijd zijn met art. 18 lid 1 WAO Pro, dat uitgaat van het reële verlies aan verdiencapaciteit zonder beperking van de urenomvang. De rechtbank vond ook dat art. 18 lid 8 WAO Pro onvoldoende grondslag biedt voor deze afwijking, omdat er geen objectieve rechtvaardiging is voor het niet toepassen van een reductiefactor bij verzekerden die meer dan 38 uur werken.
De medische en arbeidskundige rapporten waarop het UWV zich baseerde, werden niet betwist. De rechtbank concludeerde dat het UWV het maatmanloon niet correct heeft toegepast en dat het besluit daarom vernietigd moet worden. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot maximering van de urenomvang van de maatman op 38 uur wordt vernietigd wegens strijd met art. 18 lid 1 WAO.