ECLI:NL:RBLEE:2006:AY8822

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
25 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
78145
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige gebruiksregeling inboedel tijdens huwelijk zonder boedelverdeling

De vrouw vorderde in kort geding dat de man alle door haar verzochte inboedelgoederen aan haar zou bezorgen. De rechtbank oordeelde dat een volledige boedelverdeling niet mogelijk is zolang partijen gehuwd zijn en de omvang van de boedel onduidelijk is.

Wel is het toegestaan voorlopige ordemaatregelen te treffen die het gebruiksrecht van goederen regelen zonder op de boedelverdeling vooruit te lopen. De voorzieningenrechter weegt de wederzijdse belangen af en bepaalt dat de man een aantal goederen voorlopig aan de vrouw moet afstaan zodat zij adequaat kan wonen.

De rechtbank bepaalt tevens dat de man verantwoordelijk is voor het vervoer van de goederen naar de vrouw en stelt een tijdstip vast waarop dit moet gebeuren. Bij niet-naleving verbeurt de man een dwangsom. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen echtgenoten zijn.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot voorlopige afgifte van inboedelgoederen aan vrouw met dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector civiel recht
Kort-gedingnummer: 78145
vonnis van de voorzieningenrechter in het kort-geding d.d. 25 september 2006
inzake
[de vrouw]
wonende te [woonplaats],
hierna ook te noemen de vrouw,
procureur mr. S.C. Bosch,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
hierna ook te noemen de man,
procureur mr. H. de Jong.
Procesverloop
De vrouw heeft de man in kort geding doen dagvaarden tegen de zitting van 18 september 2006. Op de bij dagvaarding geformuleerde gronden heeft de vrouw gevorderd dat de voorzieningen-rechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de man veroordeelt om alle door de vrouw verzochte inboedelgoederen bij haar te bezorgen in haar woning aan de [adres] te [woonplaats], zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere dag of dagdeel dat de man daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 100.000,-- en de man zal veroordelen in de kosten van het geding.
De man is niet verschenen. Zijn raadsman mr. H. de Jong is wel verschenen.
Ter terechtzitting heeft de vrouw haar standpunt toegelicht. Mr. De Jong heeft namens de man verweer gevoerd.
Motivering
1. De vordering van de vrouw strekt feitelijk tot een volledige boedelverdeling. Aangezien partijen nog gehuwd zijn en er bovendien niet voldoende zicht bestaat op de omvang van de boedel, terwijl ook de peildata nog niet vaststaan, behoort toewijzing van de vordering, indien aldus opgevat, niet tot de mogelijkheden.
2. Wel is het mogelijk om, ook buiten de opsomming van artikel 822 Rv Pro. om, voorlopige ordemaatregelen te treffen. In beginsel gaat het dan - als het de afgifte van goederen uit de huwelijksgemeenschap betreft - om een regeling betreffende het gebruiksrecht van die goederen, welk recht immers aan elk van partijen toekomt. Met een dergelijke regeling wordt dus niet op de boedelverdeling vooruitgelopen. Voor de beoordeling van de vraag welke goederen in casu door de man aan de vrouw voorlopig ten gebruike dienen te worden afgestaan dienen de wederzijdse belangen van beide partijen te worden afgewogen. Die belangen komen de voorzieningenrechter in feite gelijkluidend voor, namelijk het kunnen wonen in een enigszins adequaat ingerichte woning. Dat de vrouw daarbij een spoedeisend belang heeft is overigens wel duidelijk. Nu het niet mogelijk is om twee woningen met één inboedel adequaat in te richten komt het de voorzieningenrechter het meest praktisch voor om, om te beginnen, de goederen waarvan de man gesteld heeft dat ze al geruime tijd klaarstaan, en de goederen die hij desnoods wel aan de vrouw wil afstaan (kennelijk ook in het kader van een komende boedelverdeling) in dit kader aan de vrouw te laten afgeven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter brengt een enigszins evenwichtige voorlopige verdeling van de inboedelgoederen mee dat de man nog enkele goederen meer aan de vrouw dient af te staan. In het dictum van dit vonnis is een lijst opgenomen van de goederen die de man aldus voorlopig aan de vrouw moet afstaan.
3. Over de manier waarop de goederen bij de vrouw terecht kunnen komen is ter terechtzitting tamelijk uitvoerig gesproken, maar tot een oplossing van dat probleem is het toen niet gekomen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het redelijk is, gelet op de moeite die de vrouw tot nu toe - naar zij niet of onvoldoende weersproken heeft gesteld - heeft gedaan om goederen bij de man op te halen, dat de man nu voor vervoer van de af te geven goederen naar de vrouw zorgt; hij lijkt daar ook betere mogelijkheden voor te hebben dan de vrouw. De voorzieningenrechter zal daarom een duidelijk tijdstip opnemen waarop de man de betreffende goederen bij de vrouw dient af te leveren, en daarbij bepalen dat, wanneer de man dat niet doet, hij jegens de vrouw een dwangsom verbeurt.
4. Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.
5. De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd, nu zij echtgenoten zijn.
Beslissing
De rechter, rechtdoende in kort geding:
veroordeelt de man tot voorlopige afgifte van de navolgende goederen aan de vrouw:
[lijst]
draagt de man op om op maandag 2 oktober 2006 tussen 16.45 uur en 17.15 uur de voormelde goederen bij de woning aan de [adres] te [woonplaats] te brengen;
bepaalt dat de man voor elke dag of deel daarvan dat hij niet voldoet aan vorenstaande telkens een dwangsom van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) verbeurt;
verbindt aan de aldus te verbeuren dwangsommen een maximum van € 10.000,= (zegge: tienduizend euro);
compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.S.L. Bosch, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2006.
(fn: 31)