ECLI:NL:RBLEE:2006:AY9942
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Westenberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging pandrecht op voorraden en bedrijfsinventaris aannemingsmaatschappij in faillissement
Aannemingsmaatschappij Westerbaan BV kwam in faillissement. ING Bank had pandrechten gevestigd op verschillende activa van Westerbaan, waaronder vorderingen uit aannemingsovereenkomsten, voorraden en bedrijfsinventaris. De curator stelde dat sommige pandrechten vernietigd moesten worden op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro, omdat deze onverplicht waren gesteld en de boedel benadeelden.
De rechtbank oordeelde dat het pandrecht op de vorderingen uit aannemingsovereenkomsten een verplichte rechtshandeling was en niet vernietigd kon worden. Daarentegen werd het pandrecht op de voorraden en bedrijfsinventaris vernietigd omdat deze zekerheid onverplicht was gesteld en benadeling van schuldeisers opleverde. Verder was een pandrecht vervallen omdat Westerbaan voor faillissement afstand had gedaan van een vordering, ondanks dat de curator na faillissement een regeling met de wederpartij sloot.
De rechtbank stelde ook vast dat ING onrechtmatig had gehandeld door aan Brandhold mededeling te doen van een pandrecht op een vordering, waardoor de curator in zijn inningsbevoegdheid werd gefrustreerd. Daarnaast was ING niet meer bevoegd tot inning van bepaalde vorderingen omdat zij te lang had gewacht. Op een vordering die niet voortvloeide uit een reeds bestaande rechtsverhouding was geen pandrecht gevestigd.
De rechtbank wees de meeste vorderingen van ING af, bevestigde het pandrecht op de vordering jegens de provincie Friesland, en veroordeelde ING in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Pandrecht op voorraden en bedrijfsinventaris wordt vernietigd, pandrecht op vordering provincie bevestigd, ING onrechtmatig jegens curator en veroordeeld in proceskosten.