ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ0062
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- G. Bracht
- Rechtspraak.nl
Verzoek om schadevergoeding na niet-ontvankelijkverklaring officier van justitie
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd voor kosten gemaakt in een strafzaak die eindigde met de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie. Het hoger beroep werd ingetrokken, waardoor de uitspraak onherroepelijk werd. Op grond van artikel 591a Sv kan verzoeker vergoeding krijgen voor reis-, verblijf- en raadsman kosten.
Verzoeker vorderde ook inkomensderving over een periode van 10 weken detentie, gebaseerd op zijn netto-omzet in 2000. Uit het accountantsrapport bleek echter dat zijn onderneming per 31 december 2000 was gestaakt en dat hij slechts 3 weken in 2000 in hechtenis was. Bovendien is het onjuist om uit te gaan van netto-omzet als basis voor schade; het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening is relevanter.
De voorzitter oordeelde dat de inkomensderving niet aannemelijk was gemaakt en wees deze vordering af. Wel werd een vergoeding van €22.515,41 toegekend voor de door verzoeker gemaakte kosten, inclusief kosten raadsman en behandeling verzoek. Deze vergoeding wordt ten laste van de Staat gebracht.
Uitkomst: Verzoek om inkomensderving wordt afgewezen, vergoeding voor gemaakte kosten wordt toegekend.