ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ0314
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor letsel door onvrijwillig in sloot gooien tijdens sport en spel
Op 5 mei 2000 waren eiser en gedaagden betrokken bij een spelsituatie waarbij zij elkaar met emmers water nat gooiden. Nadat eiser en gedaagde sub 1 samen gedaagde sub 2 hadden nat gegooid, hebben gedaagden eiser achtervolgd, beetgepakt en tegen zijn wil in een lager gelegen sloot gegooid, waarbij eiser letsel opliep.
Eiser stelde dat het in de sloot gooien niet meer viel onder de spelsituatie en onzorgvuldig en onrechtmatig was, omdat hij dit niet had verwacht en de sloot gevaarlijke elementen bevatte. Gedaagden voerden verweer onder meer met een beroep op verjaring en dat het in de lijn der verwachting lag binnen de spelsituatie.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring door een schriftelijke aansprakelijkstelling was gestuit, waardoor de vordering niet verjaard was. Vervolgens werd geoordeeld dat het in de sloot gooien een nieuw, risicovoller element was buiten de spelsituatie en onrechtmatig was. De rechtbank verwierp het verweer dat eiser eigen schuld had aan het letsel.
De rechtbank wees de zaak aan voor nadere onderbouwing van de schade en hield verdere beslissing aan. Het vonnis werd gewezen door rechter J.E. Biesma op 31 mei 2005.
Uitkomst: Gedaagden zijn aansprakelijk voor het onrechtmatig in de sloot gooien van eiser en de daaruit voortvloeiende schade.