ECLI:NL:RBLEE:2006:AZ2287
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.H. Varekamp-Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling restant geldlening na gedeeltelijke kwijtschelding
Tussen eiseres en gedaagde werd op 11 augustus 2001 een geldleningsovereenkomst gesloten waarbij eiseres ƒ 8.000,- aan gedaagde leende. De overeenkomst bepaalde dat de lening terstond opeisbaar was zonder ingebrekestelling en dat aflossing in ronde bedragen van honderd gulden kon plaatsvinden.
In een msn-gesprek van 22 januari 2006 bespraken partijen een restantbedrag van € 600,- en afspraken over betalingen van € 50,-. Eiseres ontkende gedeeltelijke kwijtschelding, maar de rechtbank oordeelde dat de inhoud van de msn-berichten en het betalingsgedrag van gedaagde (inclusief een extra betaling van € 450,- in februari 2006) duidden op afspraken over kwijtschelding en geen sprake was van betalingsachterstand.
Gedaagde stelde dat na betaling van twee termijnen van € 50,- en een extra betaling van € 500,- de lening was afgelost. De rechtbank vond dat gedaagde nog een bedrag van € 50,- verschuldigd was, maar dat de vordering van eiseres verder moest worden afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, maar deze werden op nihil gesteld omdat gedaagde in persoon procedeerde.
De rechtbank benadrukte dat de leningsovereenkomst geen vaste looptijd of verplichte periodieke betalingen voorschreef, waardoor gedaagde mocht aflossen wanneer het haar uitkwam. De gewoonte van maandelijkse betalingen van € 45,- werd door eiseres geaccepteerd. De vordering tot betaling van het restant werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiseres af wegens afspraken over gedeeltelijke kwijtschelding en geen betalingsachterstand.