ECLI:NL:RBLEE:2006:BB9606

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
13 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/628
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetAfdeling 8.2.6 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terecht naheffingsaanslag parkeerbelasting op particulier terrein Sint Antoniusplein Sneek

Op 7 januari 2006 werd aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het parkeren van zijn voertuig op het particuliere terrein Sint Antoniusplein te Sneek zonder een parkeerkaartje te kopen. De gemeente Sneek had een overeenkomst gesloten met de eigenaar van het terrein, Exploitatiemaatschappij Snits B.V., die haar het recht gaf parkeerbelasting te heffen op dit terrein.

Eiser stelde zich op het standpunt dat de gemeente geen parkeerbelasting mocht heffen op een terrein dat niet haar eigendom was. De rechtbank stelde vast dat het terrein vrij toegankelijk was voor alle weggebruikers en dat de gemeente op grond van de overeenkomst en de geldende verordening bevoegd was parkeerbelasting te heffen.

De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en verklaarde het beroep van eiser ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Keuning op 13 oktober 2006.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd voor parkeren op het particuliere terrein Sint Antoniusplein te Sneek.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht, belastingkamer
Procedurenummer: AWB 06/628
Uitspraakdatum: 13 oktober 2006
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Sneek, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1 Verweerder heeft op 7 januari 2006 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van in totaal € 47,50 bestaande uit € 0,50 parkeerbelasting en € 47,-- kosten.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 2 maart 2006 de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.2 Eiser heeft daartegen tijdig beroep ingesteld.
1.3 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
1.4 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2006 te Leeuwarden. Eiser is (aangetekend) schriftelijk uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn, maar is niet ter zitting verschenen. Namens verweerder is verschenen mevrouw I.E. de Moor.
2. Feiten
Op grond van de stukken van het geding stelt de rechtbank als tussen partijen niet in geschil, de volgende feiten vast:
2.1 Op 7 januari 2006 stond het voertuig met kenteken [kenteken] geparkeerd aan het Sint Antoniusplein te Sneek op particulier terrein, in eigendom van Exploitatiemaatschappij Snits B.V..
2.2 Op 7 januari 2006 om 14.43 uur is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
2.3 Eiser heeft voor het parkeren van zijn auto geen parkeerkaartje gekocht.
2.4 Verweerder is op 13 oktober 2003 een overeenkomst aangegaan met Exploitatiemaatschappij Snits B.V.,op grond waarvan het verweerder is toegestaan op het parkeerdek Sint Antoniusplein parkeerbelasting te heffen. In de Verordening Parkeerbelastingen Sneek 2006 is het Sint Antoniusplein genoemd als gebied waar een parkeerbelasting mag worden geheven
3. Geschil
In geschil is of aan eiser terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd. Partijen houdt onder meer verdeeld het antwoord op de vraag of het verweerder vrijstaat parkeerbelasting te heffen ter zake van het parkeerdek Sint Antoniusplein te Sneek, in eigendom van Exploitatiemaatschappij Snits B.V.
4. Beoordeling van het geschil
4.1 In artikel 225, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet is bepaald dat in kader van de parkeerregulering een belasting kan worden geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze.
4.2 In de parlementaire geschiedenis van artikel 225 Gemeentewet Pro is het volgende opgemerkt: "…Ten slotte stellen deze leden nog de vraag waarom in het tweede lid van het voorgestelde artikel 276a onderscheid wordt gemaakt tussen de openbare weg en voor het verkeer openstaande terreinen. Om zeker te stellen dat ook terreinen waar auto's kunnen worden neergezet, maar die bijvoorbeeld slechts via een uitrit met de openbare weg in de zin van de Wegenverkeerswet zijn verbonden en waar daarom de toepasselijkheid van die wet en de daarop gebaseerde regelingen niet bij voorbaat vast staat, onderworpen kunnen worden aan parkeerbelasting, is de uitdrukkelijke vermelding van voor het openbaar verkeer openstaande terreinen opgenomen. Deze moeten dan wel feitelijk toegankelijk zijn voor voertuigen en het heffen van belasting op het parkeren op dergelijke terreinen moet wel nodig zijn in het kader van de parkeerregulering. Bovendien kan de gemeente uiteraard niet zo maar belasting heffen op terreinen die zij niet zelf in eigendom of beheer heeft. Daarvoor is de instemming van de eigenaar noodzakelijk..." (Kamerstukken II 1986/87, 19 405, nr. 6, blz. 25).
4.3 De rechtbank overweegt dat, gelet op de geloofwaardige verklaring van verweerder ter zitting, het terrein Sint Antoniusplein te Sneek vrijelijk toegankelijk is voor alle weggebruikers.
4.4 Gelet op het vorenstaande en de feiten zoals weergegeven onder 2.4, staat het verweerder vrij parkeerbelasting te heffen ter zake van het parkeerdek Sint Antoniusplein te Sneek. Niet in geschil is dat eiser geen parkeerkaartje heeft gekocht. Verweerder heeft dan ook terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser opgelegd.
4.5 Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
5. Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 13 oktober 2006 door mr. J.W. Keuning, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van T.A. Terpstra, griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:
- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden; dan wel
- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.
N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.
Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.
Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.