ECLI:NL:RBLEE:2006:BD3874
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- J.W. Keuning
- N.P. Witteveen
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling zakelijk gedeelte pand bij inbreng in onderneming per 1 januari 2001
Eiser bracht per 1 januari 2001 twee panden vanuit privé in zijn eenmanszaak in, waaronder een woon-winkelpand te [D]. De waarde van het zakelijke gedeelte van dit pand was onderwerp van geschil bij de belastingaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2002.
Eiser stelde de waarde van het zakelijke gedeelte op €149.747, gebaseerd op een taxatierapport van een makelaar uit 2001 en latere waardeverklaringen, terwijl verweerder een lagere waarde van €103.000 hanteerde, gebaseerd op een door de Belastingdienst ingeschakeld taxatierapport uit 2004. De rechtbank beoordeelde beide taxaties en concludeerde dat de taxateur van verweerder het pand als minder courant en met leegstandrisico had gewaardeerd, wat beter aansluit bij de feitelijke situatie.
De rechtbank vond de onderbouwing van eiser onvoldoende, onder meer vanwege de afwijking van de huurwaarden in zijn aangiften en het ontbreken van verkoopcijfers van vergelijkbare panden. Daarom gaf zij de voorkeur aan het taxatierapport van verweerder en oordeelde dat de waarde van €103.000 correct was vastgesteld.
Gevolg was dat de door verweerder berekende afschrijvingskosten niet te laag waren en het beroep van eiser ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door drie rechters en op dezelfde dag openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de waardering van het zakelijke gedeelte van het pand is ongegrond verklaard.