ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ7526
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterecht ontslag wegens vermeende opheffing functie bij gemeente Ooststellingwerf
Eiser was sinds 1 januari 2001 in vaste dienst bij de gemeente Ooststellingwerf, werkzaam bij het bureau wijk- en dorpsbeheer. Verweerder heeft eiser op 28 september 2005 ontslagen op grond van art. 8:4 van Pro de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), omdat de functie van eiser zou zijn opgeheven vanwege het wegvallen van een subsidie.
Eiser betwist het ontslag en voert aan dat zijn functie niet is opgeheven en dat geen van de in art. 8:4 CAR Pro/UWO genoemde ontslaggronden van toepassing is. Ook stelt hij dat er geen zorgvuldig herplaatsingsonderzoek heeft plaatsgevonden. Verweerder stelt dat eiser in het kader van een ID-regeling was aangesteld en dat de subsidie is ingetrokken, waardoor de functie is komen te vervallen.
De rechtbank oordeelt dat eiser met ingang van 1 januari 2001 voor onbepaalde tijd in vaste dienst is aangesteld en dat het feit dat de subsidie is ingetrokken geen invloed heeft op zijn rechtspositie. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de functie van eiser is opgeheven, aangezien de werkzaamheden nog steeds bestaan, ook al zijn sommige uitbesteed. Daarom is het ontslag onterecht en wordt het besluit vernietigd.
De rechtbank bepaalt dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de gemeente Ooststellingwerf is vernietigd omdat niet is aangetoond dat de functie van eiser is opgeheven.