ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ7670
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Achmea gehouden tot indexatie premievrije pensioenaanspraken actieve werknemers Agrico
Agrico, een coöperatieve handelsvereniging met circa 450 werknemers, had haar pensioenaanspraken aanvankelijk collectief verzekerd bij Avéro op basis van een eindloonsysteem. In 1999 stapte Agrico over naar een beschikbare premiesysteem en sloot een nieuwe collectieve pensioenverzekering af bij Achmea. Hoewel de definitieve raamovereenkomst pas op 30 maart 2000 werd gesloten, waren er al op 23 december 1999 afspraken gemaakt waarin Achmea een jaarlijkse indexatie van 1,5% garandeerde voor de pensioenen van actieve deelnemers.
Na beëindiging van de collectieve verzekering bij Avéro per 1 januari 2000 bleven de opgebouwde aanspraken premievrij bij Avéro achter. Agrico had haar werknemers een indexatie toegezegd conform de ondernemingsraad. In een bespreking op 26 februari 2002 spraken Avéro, Agrico en Pensioen Perspectief Harmsen uitvoeringsafspraken af over de financiering van de indexatie, waarbij Avéro toezegde de koopsom voor indexatie over te maken.
Achmea stelde zich op het standpunt dat zij niet gebonden was aan deze toezeggingen, verwijzend naar de definitieve raamovereenkomst waarin geen indexatie was opgenomen en stelde dat het hogere allocatiepercentage van 95% de garantie op indexatie verviel. De rechtbank oordeelde echter dat de brief van 23 december 1999 een garantie inhield voor de financiering van de indexatie en dat deze niet door de raamovereenkomst of latere onderhandelingen was komen te vervallen. Ook was Achmea aansprakelijk voor de gemaakte uitvoeringsafspraken. De rechtbank veroordeelde Achmea tot betaling van de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Achmea is gehouden de premievrije pensioenaanspraken van actieve werknemers van Agrico jaarlijks met 1,5% te indexeren vanaf 1 januari 2000 en Avéro moet de uitvoeringsafspraken nakomen.