ECLI:NL:RBLEE:2007:BA0743
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering doorbetaling pensioenpremie tijdens prepensioen
Werknemer [eiser], geboren in 1945, was van 1970 tot 2005 in dienst bij [x] Ingenieursburo BV. Vanaf 1 februari 2005 maakte hij gebruik van de prepensioenregeling van 13 april 1999. Hij vorderde dat de pensioenopbouw van zijn reguliere pensioen zou voortduren gedurende de prepensioenperiode tot 2010, dan wel vanaf zijn 63e tot 65e jaar.
De werkgever stelde dat de regeling voorziet in doorbetaling van de pensioenpremie voor maximaal twee jaar tijdens het prepensioen, afhankelijk van de prepensioenleeftijd, en dat vervroeging van het prepensioen onder voorwaarden en met toestemming van werkgever en verzekeraar moest plaatsvinden. Uit correspondentie bleek dat werknemer al in 2004 wist dat bij vervroeging van het prepensioen de pensioenopbouw zou verminderen.
De kantonrechter oordeelde dat de regeling duidelijk maakt dat bij vervroeging van het prepensioen geen volledige pensioenopbouw plaatsvindt en dat werknemer de gevolgen van zijn vervroegde prepensioen aanvaard heeft. De primaire en subsidiaire vorderingen werden afgewezen. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot aan de zijde van de werkgever.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot doorbetaling van pensioenpremies tijdens de prepensioenperiode wordt afgewezen.