ECLI:NL:RBLEE:2007:BA4884
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek geldelijke tegemoetkoming voor voorlopige hechtenis en gederfde inkomsten
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming vanwege de voorlopige hechtenis van 73 dagen en de daaruit voortvloeiende vermogensschade door gederfde inkomsten. De voorlopige hechtenis vond plaats van 18 juli 2006 tot en met 29 september 2006 op verdenking van meerdere strafbare feiten. De strafzaak tegen verzoeker eindigde met een vrijspraak door de politierechter op 29 september 2006.
De rechtbank overweegt dat verzoeker reeds een andere strafzaak ondergaat waarbij hij een vrijheidsstraf moet uitzitten. De dagen van voorlopige hechtenis in deze zaak worden daarom verrekend met het restant van de openstaande straf uit die andere zaak. De rechtbank benadrukt dat de wetgever de schadevergoeding voor voorlopige hechtenis niet als een volledige schadeloosstelling ziet, maar als een tegemoetkoming voor het ongemak.
Hoewel verzoeker stelt dat hij door de voorlopige hechtenis niet kon deelnemen aan het arbeidsprogramma in de gevangenis en daardoor inkomsten misliep, wijst de rechtbank dit verzoek af. De vrijspraak betekent niet automatisch dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was. De rechtbank interpreteert de toepasselijke wetsartikelen restrictief en ziet geen grond voor een aparte vergoeding van gederfde arbeidsinkomsten.
De rechtbank besluit daarom de 73 dagen voorlopige hechtenis in mindering te brengen op de openstaande straf en wijst het verzoek om verdere schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om geldelijke tegemoetkoming af en verrekent de voorlopige hechtenisdagen met de openstaande straf.