ECLI:NL:RBLEE:2007:BA6733
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en belangenafweging bij erkenning openbaar belang en concessieverlening voor zoutwinning
Eisers maakten bezwaar tegen besluiten van verweerster tot erkenning van het openbaar belang en concessieverlening voor de aanleg en instandhouding van leidingen en kabels ten behoeve van de winning van steenzout door Frisia Zout B.V. De rechtbank oordeelt dat verweerster bevoegd is tot het erkennen van het openbaar belang op grond van art. 1 Belemmeringenwet Pro Privaatrecht (BP) en dat deze bevoegdheid een voldoende specifieke publiekrechtelijke grondslag heeft.
De rechtbank stelt vast dat het openbaar belang adequaat is afgewogen, waarbij de regionale economische belangen, de noodzaak van het transport via leidingen en de indirecte werkgelegenheid zijn meegewogen. Het betoog van eisers dat de leidingen openbaar toegankelijk moeten zijn om als openbaar werk te gelden, wordt verworpen omdat de wet en jurisprudentie dit niet vereisen.
Ten aanzien van de concessieverlening oordeelt de rechtbank dat deze bevoegdheid voortvloeit uit de publieke taak van het rijk in de winning van delfstoffen en dat de concessie noodzakelijk is voor het economisch verkeer van het gewonnen zout. De belangen van eisers zijn voldoende meegewogen en de tracékeuze is inzichtelijk gemaakt. De concessie omvat ook de signaalkabel en elektriciteitskabels als bijbehorende werken.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de bestreden besluiten, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot erkenning van het openbaar belang en concessieverlening worden ongegrond verklaard.