ECLI:NL:RBLEE:2007:BA6889
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring omtrent het Gedrag voor buschauffeursfunctie na zedendelict
Verzoeker heeft een VOG aangevraagd voor de functie van buschauffeur, maar deze werd geweigerd vanwege een eerdere veroordeling voor een zedenmisdrijf op een minderjarige. Verzoeker voerde aan dat hij een first offender is, het reclasseringsprogramma succesvol heeft doorlopen en positieve adviezen heeft ontvangen, en dat het beleid niet van toepassing is op zijn functie. De rechtbank oordeelt dat de weigering van de VOG gegrond is, mede vanwege het risico voor de samenleving en de aard van het delict.
De rechtbank stelt vast dat het beleid van de Minister van Justitie sinds januari 2007 is aangescherpt, waarbij bij zedendelicten geen VOG wordt verstrekt indien de aanvrager in de voorgaande 20 jaar is veroordeeld. Verzoekers veroordeling uit 2004 valt binnen deze termijn. De rechtbank acht het belang van de samenleving bij bescherming tegen strafbare feiten in kwetsbare situaties, zoals het beroep van buschauffeur, zwaarder dan de belangen van verzoeker.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt en dat de weigering van de VOG geen disproportionele benadeling van verzoeker inhoudt. Verzoeker kan naar verwachting ander werk vinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de weigering van een VOG af vanwege het zedendelict en het belang van de samenleving.