ECLI:NL:RBLEE:2007:BA8838
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onweerlegbaar rechtsvermoeden gezamenlijke huishouding bij bijstandsuitkering ex-gehuwden met kind
Eiseres heeft bijstand aangevraagd als alleenstaande ouder, terwijl zij tijdelijk bij haar ex-echtgenoot woont met wie zij twee kinderen heeft. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding volgens art. 3 lid 4 onder Pro b WWB.
Eiseres voerde aan dat dit rechtsvermoeden onterecht is en in strijd met internationale verdragen zoals het EVRM en IVBPR, omdat zij niet samenwoont met haar ex-echtgenoot in de zin van wederzijdse verzorging. Tevens stelde zij dat bijzondere omstandigheden toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen ex-gehuwden met een gezamenlijk kind en personen die samenwonen zonder gezamenlijk kind gerechtvaardigd is. Het onweerlegbaar rechtsvermoeden is passend omdat er een levenslange band bestaat door het gezamenlijke kind. Er is geen strijd met internationale verdragen. De hardheidsclausule is niet van toepassing gezien de omstandigheden.
Ook wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand af, omdat het primaire besluit niet is herroepen maar slechts de rechtsgrond is aangepast. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van bijstand op grond van het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding.