ECLI:NL:RBLEE:2007:BA9161
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onweerlegbaar rechtsvermoeden gezamenlijke huishouding ex-partners met kinderen
Eiseres ontvangt sinds 1990 een bijstandsuitkering en heeft per 1 februari 2006 een kostganger, haar ex-partner, die bij haar woont en een vergoeding betaalt. Verweerder heeft de uitkering ingetrokken op grond van art. 3 lid 4 WWB Pro, dat een gezamenlijke huishouding vermoedt bij ex-partners met uit hun relatie geboren kinderen. Eiseres betwist dit en stelt dat het onderscheid tussen ex-partners met meerderjarige kinderen en zonder kinderen onrechtvaardig is.
De rechtbank stelt vast dat de WWB onderscheid maakt tussen 'kind' en 'ten laste komend kind' en dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden geldt ongeacht de leeftijd van de kinderen. De wetgever gaat ervan uit dat ex-partners met kinderen een levenslange band hebben en bij samenwonen een gezamenlijke huishouding voeren. Dit onderscheid is niet onredelijk en niet in strijd met het EVRM of het IVBPR.
De rechtbank concludeert dat de intrekking van de bijstandsuitkering terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.