ECLI:NL:RBLEE:2007:BB5175
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Schulting
- Rechtspraak.nl
Betwisting boetebeding en borgsom in huurovereenkomst bedrijfsruimte
Tussen verhuurders en huurder bestond een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met een maandelijkse huurprijs van €1.547 inclusief BTW. De verhuurders vorderden betaling van achterstallige huur, borgsom en een boete wegens betalingsachterstand. De huurder betwistte de boete en de hoogte van de huur, en stelde dat geen schriftelijk huurcontract bestond.
De rechtbank oordeelde dat het verweer dat er geen schriftelijk huurcontract is, verworpen wordt omdat problemen tussen compagnons de geldigheid van de huurovereenkomst niet aantasten. De vordering tot betaling van de borgsom werd afgewezen omdat de overeenkomst en algemene bepalingen alleen een bankgarantie voorschrijven, geen borgsom.
De boete werd afgewezen op grond van artikel 6:92 BW Pro, dat geen gelijktijdige nakoming van boetebeding en verbintenis toestaat, tenzij de boete schade dekt, wat niet was gesteld. Wel werd de huurder veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de te laat betaalde huurtermijnen vanaf 22 april 2007 tot volledige voldoening. De huurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De boetebeding- en borgsomvorderingen worden afgewezen; huurder moet wettelijke rente betalen over te laat betaalde huur.