ECLI:NL:RBLEE:2008:BC1128
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. de Jong
- J. van Bruggen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens niet-naleving opsporingsregels bij zedenzaken
De rechtbank Leeuwarden behandelde op 3 januari 2008 een zaak waarin verdachte werd vervolgd voor een ernstig zedendelict. De verdediging voerde aan dat de opsporing niet volgens de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik was uitgevoerd. Belangrijke voorschriften, zoals het voorafgaande informatieve gesprek met de aangever, het verhoor door een deskundig rechercheur en het behoud van de audio-opname van het verhoor, waren niet nageleefd.
De rechtbank constateerde dat de moeder van het slachtoffer op dezelfde dag als het verhoor aangifte deed, waardoor geen informatief gesprek heeft kunnen plaatsvinden. Ook bleek niet dat de verhoren waren afgenomen door een deskundig zedenrechercheur. Cruciaal was dat de audio-opname van het verhoor zoekgeraakt was, waardoor het verhoor niet controleerbaar was. Deze tekortkomingen maakten het onmogelijk een betrouwbare feitelijke grondslag te vormen.
Hoewel de officier van justitie stelde dat de verhoren controleerbaar waren door het vraag-en-antwoord-proces-verbaal, oordeelde de rechtbank dat de niet-naleving van de Aanwijzing ernstige gevolgen heeft. Gezien de aard van het misdrijf en de jonge leeftijd van de betrokkenen, achtte de rechtbank de waarborgen extra belangrijk. Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De vordering van de benadeelde partij werd eveneens niet ontvankelijk verklaard en dient civiel te worden behandeld.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van dwingende opsporingsregels bij zedenzaken.