ECLI:NL:RBLEE:2008:BD1578
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet tijdige klacht over gebrek recht van overpad bij woningkoop
In deze zaak hebben [a] c.s. een woning gekocht van [x] c.s. waarbij achter de woning een bijgebouw ligt dat niet via de openbare weg bereikbaar is. De kopers stelden dat er een recht van overpad naar het bijgebouw bestond, wat essentieel was voor het gebruik als garage. Na onderzoek door een notaris en het kadaster bleek echter dat een dergelijk recht niet bestond.
De kopers hebben pas bijna een jaar na de levering van de woning de verkopers via een aangetekende brief geïnformeerd over het gebrek, namelijk het ontbreken van het recht van overpad. De verkopers stelden dat de kennisgeving niet binnen bekwame tijd was gedaan, zoals vereist in artikel 7:23 BW Pro, en dat zij niet eerder op de hoogte waren gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de correspondentie met de makelaar niet kan worden aangemerkt als kennisgeving aan de verkoper, omdat de makelaar na de levering niet langer diens vertegenwoordiger was. De eerste geldige kennisgeving aan de verkoper was de aangetekende brief van 3 augustus 2007, bijna een jaar na de levering. Dit werd niet als binnen bekwame tijd beschouwd.
Daarom strandt de vordering van de kopers reeds op de klachtplicht. De rechtbank achtte het niet nodig om te beoordelen of er al dan niet een recht van overpad bestond. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en de kopers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van een recht van overpad wordt afgewezen wegens niet tijdige kennisgeving aan de verkoper.