ECLI:NL:RBLEE:2008:BD2374
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Eisers ontvingen bijstand op basis van de norm voor alleenstaanden, maar verweerder stelde na onderzoek vast dat zij sinds mei 2003 een gezamenlijke huishouding voeren zonder dit te hebben gemeld. Verweerder trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug, waarbij eisers hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld.
Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten en voerden onder meer aan dat hun situatie bekend was bij verweerder en dat het terugvorderen van de langdurigheidstoeslag onterecht was. De commissie bezwaarschriften adviseerde de bezwaren ongegrond te verklaren, waarna verweerder dit advies overnam.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eisers tijdens de sociale rechercheverhoren betrouwbaar zijn en dat zij hun hoofdverblijf bij eiser hadden. Hierdoor was sprake van een gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht. Verweerder was bevoegd tot intrekking en terugvordering. De medische omstandigheden van eiseres rechtvaardigen geen uitzondering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt ongegrond verklaard.