ECLI:NL:RBLEE:2008:BD5838

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
1 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/1153
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • W.K.F. Hangelbroek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 lid 1 AwbArt. 8:84 AwbArt. 2.2.2 lid 1 APV Smallingerland 2005Art. 2.2.2 lid 2 APV Smallingerland 2005Afdeling 3.4 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen evenementenvergunning Veenhoopfestival 2008

Verzoeker, handelend onder de naam De Veenhoop Watersport en Recreatie, heeft bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunning die aan een derde is verleend voor het Veenhoopfestival 2008. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen en de vergunning te schorsen.

De voorzieningenrechter overwoog dat de vergunning uitsluitend geweigerd kan worden op grond van de in de Algemene Plaatselijke Verordening Smallingerland 2005 genoemde belangen zoals openbare orde, overlast, verkeersveiligheid, zedelijkheid of gezondheid. Geen van deze gronden was gesteld of gebleken.

Ook de stelling van verzoeker dat de vergunning in strijd zou zijn met een vaststellingsovereenkomst en het bestemmingsplan werd verworpen, omdat deze geen grondslag bieden voor weigering. Daarnaast faalde het betoog dat de vergunning niet volgens de juiste procedure was voorbereid, aangezien de Awb-afdeling 3.4 niet van toepassing was.

De voorzieningenrechter concludeerde dat geen aanleiding bestond om de voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de evenementenvergunning is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
procedurenummer: AWB 08/1153
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juli 2008 als bedoeld in artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
in het geding tussen
[naam], handelend onder de naam "De Veenhoop Watersport en Recreatie" wonende te [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde: mr. R.C.M. Kamsma, advocaat te Leeuwarden,
en
de burgemeester van de gemeente Smallingerland,
verweerder,
gemachtigde: mr. W.E.M. Klosterman, advocaat te Zwolle.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2008 heeft verweerder aan [naam onderneming] te [vestigingsplaats onderneming] (hierna: [X]) op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Smallingerland 2005 (APV) een evenementenvergunning verleend voor het houden van het Veenhoopfestival 2008.
Verzoeker heeft tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend. Tevens heeft hij zich bij brief van 20 juni 2008 tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van artikel 8:81 lid 1 Awb Pro een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de evenementenvergunning wordt geschorst.
Het verzoek is ter zitting behandeld op 24 juni 2008. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens [X] is [naam] verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. B.J. van Popta, advocaat te Heerenveen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De Stichting Dorpsfeesten De Veenhoop (hierna: de Stichting) heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.A. Jansen, advocaat te Leeuwarden.
Motivering
Op grond van art. 8:81 lid 1 Awb Pro kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken van beletselen om verzoeker te kunnen ontvangen. Voorts is genoegzaam aangetoond dat hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening.
Voor zover de beoordeling van het verzoek met zich brengt dat het geschil in de hoofdzaak wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter.
Aan een verzoek als het onderhavige kan in beginsel worden voldaan, indien het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in de hoofdzaak luidt dat het bezwaar tegen de evenementenvergunning gegrond verklaard zal moeten worden.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Verzoekers betoog dat de evenementenvergunning in strijd met de Inspraakverordening van de gemeente Smallingerland ten onrechte niet is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Awb) faalt. Ingevolge artikel 1 aanhef Pro en onder a van de Inspraakverordening wordt onder inspraak verstaan: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Hiervan is in dit geval geen sprake. Ook anderszins is niet gebleken dat verweerder de evenementenvergunning met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb had dienen voor te bereiden. In de APV is nergens bepaald dat een dergelijke vergunning met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb voorbereid dient te worden. Evenmin is gebleken dat verweerder een expliciet besluit heeft genomen, inhoudende dat het besluit tot verlening van een evenementenvergunning aan [X] met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb voorbereid dient te worden.
Met betrekking tot de inhoudelijke kant van de zaak overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
Ingevolge artikel 2.2.2 lid 1 van de APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Ingevolge lid 2 van dat artikel kan de vergunning worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van overlast;
c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;
d. de zedelijkheid of gezondheid.
Volgens vaste jurisprudentie strekt het in artikel 2.2.2 van de APV neergelegde vergunningsstelsel ter bescherming van specifiek genoemde belangen en kan -anders dan verzoeker kennelijk meent- de evenementenvergunning alleen geweigerd worden op één van de in artikel 2.2.2 lid 2 van de APV genoemde gronden (vgl. LJN: AE3322, LJN: AF8028 en LJN: AT3708). Dat de Stichting verzoeker heeft gegarandeerd dat het Veenhoopfestival na de editie van 2006 niet meer op de huidige locatie naast het perceel van verzoeker zal worden georganiseerd (artikel 1 van Pro de vaststellingsovereenkomst van 18 juli 2006), biedt dus geen grondslag voor het weigeren van de evenementenvergunning. Dat verweerder volgens verzoeker al heel lang weet heeft van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen garantie kan evenmin een grond opleveren de evenementenvergunning te weigeren. Met name niet, omdat verweerder die overeenkomst nooit heeft onderschreven of zich daaraan anderszins heeft gecommitteerd. Tenslotte biedt de door verzoeker gestelde strijd met het ter plaatse (het festivalterrein) geldende bestemmingsplan evenmin een grondslag voor het weigeren van de evenementenvergunning. Nu gesteld noch gebleken is van enige, in artikel 2.2.2 lid 2 van de APV genoemde, weigeringsgrond, heeft verweerder terecht besloten aan [X] een evenementenvergunning te verstrekken.
Resumerend is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat geen aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening treffen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Aldus gegeven door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2008, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier.
w.g. J.R. Leegsma
w.g. W.K.F. Hangelbroek
Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.