ECLI:NL:RBLEE:2008:BD6678
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Geldigheid inschrijving bij aanbesteding ondanks ontbrekende handtekening op inschrijvingsbiljet
De provincie Fryslân schreef een Europese openbare aanbesteding uit voor de aanleg van twee rotondes en onderhoudswerkzaamheden aan de N31. Zowel BAM Wegen B.V. als Oosterhof Holman Infra B.V. (OHI) schreven in, waarbij BAM de laagste inschrijver was. Bij controle bleek dat het inschrijvingsbiljet van BAM niet was ondertekend, maar wel voorzien van een bedrijfsstempel en logo.
De provincie gaf BAM de gelegenheid om het inschrijvingsbiljet alsnog te ondertekenen. OHI stelde dat dit onrechtmatig was omdat de eis van ondertekening een knock-out criterium zou zijn, waardoor BAM uitgesloten had moeten worden en het werk aan OHI gegund moest worden. De provincie stelde dat het Aanbestedingsdocument het recht gaf om om verduidelijking of aanvulling te vragen en dat het ontbreken van de handtekening een herstelbare omissie was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eis van ondertekening niet als een strikt knock-out criterium kon worden beschouwd. Het Aanbestedingsdocument voorzag in de mogelijkheid tot aanvulling en verduidelijking, mits dit niet leidt tot concurrentievervalsing. Omdat BAM haar inschrijving inhoudelijk niet wijzigde en alleen de handtekening toevoegde, was er geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank wees de vorderingen van OHI af en veroordeelde haar in de proceskosten. De provincie was gerechtigd BAM als laagste inschrijver voorlopig te gunnen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een handtekening op het inschrijvingsbiljet geen knock-out criterium is en wijst de vorderingen van OHI af.