ECLI:NL:RBLEE:2008:BD7212
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vaststellingsovereenkomst en opheffing conservatoir beslag op schip
In deze zaak vorderen eisers de opheffing van het conservatoir beslag dat de curator heeft gelegd op een schip dat op naam staat van eiser 2. Partijen hadden eerder een vaststellingsovereenkomst gesloten die het kort geding introk, maar eisers hebben deze overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd wegens dwaling, omdat de curator belangrijke informatie over de maximale vordering had achtergehouden.
De rechtbank oordeelt dat de curator in strijd met artikel 21 Rv Pro heeft gehandeld door niet alle relevante feiten naar waarheid aan te voeren, waardoor de vaststellingsovereenkomst terecht is vernietigd. De curator had al voor het sluiten van de overeenkomst kennis van een lagere maximale vordering dan waarover tijdens de onderhandelingen werd gesproken.
Verder is onvoldoende aannemelijk dat het schip nog tot het vermogen van eiser 1 behoort, gezien de notariële overdracht aan eiser 2 en de kadastrale registratie. De curator's stellingen over schijnhandeling en paulianeus handelen worden niet bewezen geacht. Daarnaast bieden de beslagen op andere onroerende zaken voldoende zekerheid voor verhaal van de vordering.
De rechtbank beveelt daarom de opheffing van het beslag op het schip en veroordeelt de curator in de kosten van het geding. De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut wordt afgewezen omdat eisers geen belang hebben bij onmiddellijke uitvoering.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op het schip wordt opgeheven en de vaststellingsovereenkomst vernietigd wegens dwaling.