ECLI:NL:RBLEE:2008:BF2237
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement en beoordeling onbehoorlijk bestuur
In deze civiele procedure staat de aansprakelijkheid van de bestuurder van Aquadroom B.V. centraal in verband met het faillissement van de vennootschap. De curator, Cnossen, stelt dat sprake is van onbehoorlijk bestuur en dat de bestuurder aansprakelijk is voor het faillissement. De rechtbank heeft onderzocht of de bestuurder heeft gehandeld in strijd met artikel 2:248 BW Pro, dat een vermoeden van onbehoorlijk bestuur inhoudt.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurder aannemelijk heeft gemaakt dat het faillissement grotendeels is veroorzaakt door externe omstandigheden, zoals de malaise in de waterbeddenmarkt, en niet door zijn bestuurshandelingen. Getuigenverklaringen bevestigen de slechte marktsituatie en de mislukte pogingen van Aquadroom om dit te keren. De curator kon niet aantonen dat de bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld.
Daarnaast beoordeelt de rechtbank de overdracht van voorraden en merkrechten aan een andere vennootschap (DTH). De bestuurder heeft toegelicht dat deze transacties legitiem waren en dat Aquadroom er nog gebruik van kon maken. De rechtbank oordeelt dat deze handelingen niet onmiskenbaar onbehoorlijk waren, mede omdat het faillissement begin 2003 nog niet voorzienbaar was. De vorderingen van de curator worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de curator worden afgewezen wegens ontbreken van kennelijk onbehoorlijk bestuur door de bestuurder.