ECLI:NL:RBLEE:2008:BF5280
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake gedoogverklaring coffeeshop Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal wie in aanmerking komt voor de twaalfde gedoogverklaring voor een coffeeshop in het centrum van Leeuwarden. Verzoeker, een exploitant die eerder een gedoogverklaring ontving die later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) als onrechtmatig werd beoordeeld, vordert een voorlopige voorziening om alsnog een gedoogverklaring te verkrijgen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het gemeentelijk coffeeshopbeleid een maximum van twaalf coffeeshops in de binnenstad toestaat. Verweerder heeft de gedoogverklaring aan een andere exploitant verleend, die als zittende houder wordt beschouwd omdat hij reeds een rechtmatige gedoogverklaring en exploitatievergunning bezit. Verzoeker heeft geen onherroepelijke gedoogverklaring, waardoor hij niet als zittende houder kan worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het adagium "wie het eerst komt, wie het eerst maalt" niet geldt indien een zittende houder zijn bedrijf wenst voort te zetten, ook al heeft een nieuwkomer eerder een aanvraag ingediend. Verzoekers grief wordt daarom verworpen. Tevens wordt overwogen dat de geleden schade tot het ondernemersrisico behoort en geen aanleiding geeft tot afwijking van het beleid.
De voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar zal naar verwachting ongegrond worden verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 2 oktober 2008 door voorzieningenrechter C.H. de Groot.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de zittende coffeeshophouder behoudt voorrang bij de gedoogverklaring.