ECLI:NL:RBLEE:2008:BG4898
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid openbaar ministerie ondanks onherstelbaar vormverzuim in proces-verbaal getuige
In deze strafzaak stond de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ter discussie vanwege het ontbreken van de eerste verklaring van een getuige in het hoofdproces-verbaal. De verdediging voerde aan dat dit een ernstig en schokkend vormverzuim was, omdat de eerste verklaring waardevol was en niet in het dossier was opgenomen. De politie had de eerste verklaring verwijderd omdat deze onbruikbaar werd geacht door handgeschreven wijzigingen van de getuige.
De officier van justitie stelde dat de eerste verklaring weliswaar was verwijderd, maar dat een uitvoeriger tweede verklaring aanwezig was en dat de verdediging tijdig was geïnformeerd. Een onderzoek door het Bureau Interne Veiligheid (BIV) toonde aan dat de verwijdering niet met opzet was gedaan om bewijs te verbergen en dat de eerste verklaring hoogstwaarschijnlijk was ondertekend.
De politierechter oordeelde dat er sprake was van een onherstelbaar vormverzuim, maar dat dit niet zo fundamenteel was dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het dossier bood voldoende compensatie om het gemis van de eerste verklaring te compenseren en de belangen van verdachte waren niet wezenlijk geschaad. Het beroep op een eerder arrest dat niet-ontvankelijkheid ook bij niet-geschaadde belangen mogelijk maakt, werd verworpen vanwege de minder fundamentele aard van het verzuim in deze zaak.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt ontvankelijk verklaard ondanks het onherstelbare vormverzuim in het proces-verbaal.