Beoordeling van het geschil
3.1. In artikel 3, eerste lid, onder a, van het Besluit is bepaald dat op eensluidend verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger en van degene wiens geslachtsnaam ten behoeve van de minderjarige wordt verzocht, of, indien de naam van een overleden ouder wordt verzocht, op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger, de geslachtsnaam van een minderjarige van twaalf jaren of ouder wordt gewijzigd in de geslachtsnaam van de ouder wiens naam het kind niet heeft, indien deze ouder na de ontbinding van het huwelijk of de verbreking van de buitenhuwelijkse samenleving met de andere ouder gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek de minderjarige heeft verzorgd en opgevoed. In artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit is bepaald dat op verzoek van een meerderjarige zijn geslachtsnaam gewijzigd wordt in een geslachtsnaam als bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien de verzorging en opvoeding enige tijd gedurende de minderjarigheid hebben geduurd.
3.2 Voor zover gesteld kan worden dat verweerder eiser bepaalde stukken niet heeft toegezonden, overweegt de rechtbank dat hij deze in de beroepsprocedure alsnog heeft verkregen en dat niet gebleken is dat hij daardoor op enigerlei wijze in zijn belangen is geschaad
3.3 Naar het oordeel van de rechtbank moet, als de tekst van een wettelijke bepaling duidelijk is, een beroep op de ontstaansgeschiedenis ervan in die zin, dat een beperktere, ruimere of nog andere uitleg aangewezen is dan uit die tekst voortvloeit, falen. Het beroep dat eiser doet op de Nota van Toelichting bij het Besluit laat dan ook naar het oordeel van de rechtbank onverlet dat de tekst van de onder 3.1 aangehaalde artikelen van het Besluit, met elkaar in samenhang gelezen, voldoende duidelijk is. Op grond van artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit kan een meerderjarige namelijk een verzoek doen om de geslachtsnaam van - onder meer - de overleden ouder, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van het Besluit, te verkrijgen. Het moet gaan om een ouder, wiens naam het kind niet heeft, aan welke eis in dit geval wordt voldaan. [X] heeft immers op dit moment niet de geslachtsnaam van zijn overleden moeder. Voorts geldt slechts de eis, dat de ouder de betrokkene enige tijd gedurende zijn minderjarigheid heeft verzorgd en opgevoed. Ook aan deze eis wordt voldaan. Gelet op het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit geldt dan niet de in artikel 3, eerste lid, onder a, van het Besluit bedoelde termijn van drie jaar, maar "enige tijd". Vast staat dat [X] enige tijd gedurende zijn minderjarigheid door zijn moeder is verzorgd en opgevoed.
3.4 Het bestreden besluit kan in rechte stand houden en het beroep zal ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te speken.