ECLI:NL:RBLEE:2008:BG4914

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
19 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
92197 / KG ZA 08-343
Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • W.K.F. Hangelbroek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:94 lid 1 BWArt. 1:94 lid 3 BWArt. 1:97 BWArt. 3:181 BWArt. 3:300 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medewerking ex-echtgenoot niet vereist voor verdeling nalatenschap erfdeel in ontbonden huwelijksgemeenschap

Na het overlijden van mevrouw [x] ontstond een geschil over de verdeling van haar nalatenschap onder haar vier erfgenamen, waaronder [eiseres]. Eén erfgenaam, [y], was gescheiden van [gedaagde], met wie zij een ontbonden huwelijksgemeenschap had. Het erfdeel van [y] viel daardoor in deze ontbonden gemeenschap.

De notaris stelde een overzicht op van de nalatenschap en de toekomende bedragen aan erfgenamen. De erfgenamen waren het eens over de omvang en verdeling, maar [gedaagde] weigerde medewerking te verlenen aan de verdeling zonder toewijzing van de voormalige echtelijke woning en hypotheek aan hem.

De voorzieningenrechter onderzocht of de medewerking van [gedaagde] vereist was voor de verdeling. Gelet op de ontbinding van de huwelijksgemeenschap en de verknochtheid van het erfdeel aan [y], oordeelde de rechtbank dat enkel [y] bestuursmacht over het erfdeel heeft en dat medewerking van [gedaagde] niet vereist is. De vorderingen die medewerking van [gedaagde] verlangden, werden afgewezen. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.

Uitkomst: De medewerking van de ex-echtgenoot is niet vereist voor de verdeling van het erfdeel in de ontbonden huwelijksgemeenschap; de vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 92197 / KG ZA 08-343
Vonnis in kort geding van 19 november 2008
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. W.S. Santema,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Op 8 maart 2005 overleed mevrouw [x] (hierna erflaatster). Haar vier kinderen zijn haar enige erfgenamen. [eiseres] is één van deze erfgenamen.
2.2. De notaris heeft een overzicht opgesteld van de nalatenschap en in dit overzicht gespecificeerd welk bedrag elk der erfgenamen toekomt.
2.3. Tussen de vier erfegenamen bestaat geen verschil van mening omtrent de omvang en samenstelling van de nalatenschap en ook niet omtrent welk bedrag aan een ieder toekomt.
2.4. Eén van de erfgenamen, mevrouw [y] (hierna: [y]) was gehuwd met [gedaagde] en is na het overlijden van erflaatster van hem gescheiden. Haar huwelijk met [gedaagde] is ontbonden, maar tot op heden is er geen overeenstemming bereikt over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
2.5. Omdat in het testament van erflaatster geen beschermingsclausule ex artikel 1:94 lid 1 BW Pro is opgenomen, is het erfdeel van [y] deel uit gaan maken van de ontbonden huwelijksgemeenschap.
2.6. Zowel de notaris als de gemachtigde van [eiseres] hebben [gedaagde] verzocht zijn medewerking te verlenen aan de verdeling. [gedaagde] heeft in reactie hierop aangegeven zijn medewerking wel te willen verdelen, maar op voorwaarde dat in het kader van boedelscheiding de voormalige echtelijke woning en de daarbij behorende hypotheek aan hem worden toebedeeld
3. Het geschil
3.1. [eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. primair [gedaagde] zal veroordelen medewerking te verlenen aan de verdeling van de nalatenschap, binnen één week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, ten overstaan van notaris mr. Troost te Bolsward conform het door de notaris opgestelde overzicht van de nalatenschap, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagde] hiertoe in gebreke blijft vanaf één week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;
subsidiair [gedaagde] zal veroordelen om binnen één week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan het uitkeren van een voorschot op het erfdeel van [eiseres] van € 75.000,- op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagde] hiertoe in gebreke blijft vanaf één week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;
II. zal bepalen dat, wanneer [gedaagde] in gebreke blijft om medewerking te verlenen aan de verdeling, het in dezen te wijzen vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats zal treden van diens wilsverklaring en/of een eenzijdige persoon zal benoemen ex artikel 3:181 BW Pro j 677 lid 1 en 2 Rv om namens [gedaagde] de verdeling van de nalatenschap tot stand te brengen;
III. zal bepalen dat de kosten inzake een eventuele inschakeling van een onzijdig persoon uitsluitend voor rekening zullen komen van [gedaagde];
IV. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2. Zij stelt hiertoe het volgende. Door de weigerachtige opstelling van [gedaagde] blijft [eiseres] verstoken van haar erfdeel, terwijl [gedaagde] geen erfgenaam is en alleen vanwege de echtscheiding bij de verdeling betrokken is geraakt. Het aandeel van [y] in de nalatenschap kan in depot worden gehouden bij de notaris totdat daarover tussen [gedaagde] en [y] een regeling is getroffen of door de rechtbank over is beslist. Er is geen enkele noodzaak dat de andere erfgenamen tot dat moment verstoken blijven van hun erfdeel. [eiseres] verkeert in een financieel moeilijke positie en heeft daarom een spoedeisend belang bij toewijzing vaan haar vordering.
4. De beoordeling
4.1. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
4.2. Het geschil betreft de vraag of van [gedaagde] gevraagd kan worden zijn medewerking te verlenen aan de verdeling van de nalatenschap zoals tussen de erfgenamen is overeengekomen, zonder dat voldaan is aan de voorwaarden die hij aan het verlenen van deze medewerking verbindt. Allereerst dient onderzocht te worden of voor de verdeling van de nalatenschap de medewerking van [gedaagde] is vereist.
4.3. Vast staat dat het erfdeel van [y] in de ontbonden huwelijksgemeenschap van [y] en [gedaagde] is gevallen. Dit betekent echter niet dat voor de verdeling van de nalatenschap de medewerking van [gedaagde] is vereist. Overtuigend in dit verband is de visie van prof. mr. M.J.A. van Mourik, zoals weergegeven in Mon. BW B9 (Van Mourik) p.180, WPNR 5977 (1990), p. 654 e.v. en WPNR 6011 (1991) p. 447 e.v.
4.4. Met Van Mourik is de voorzieningenrechter van oordeel dat het in strijd is met de grondbeginselen van het erfrecht dat een niet-erfgenaam als deelgenoot optreedt in een nalatenschap op de enkele grond dat hij met een erfgenaam in gemeenschap van goederen gehuwd is of was. Van Mourik wijst erop dat er sprake is van twee elkaar deels overlappende gemeenschappen (de ontbonden huwelijksgemeenschap en de nalatenschapsgemeenschap) en dat het vereisen van medewerking van [gedaagde] aan de verdeling van de nalatenschapsgemeenschap in strijd zou zijn met de ongeschreven regel dat de oudere en de jongere gemeenschap onafhankelijk van elkaar moeten worden behandeld
4.5. Ontbinding van de huwelijksgemeenschap heeft in beginsel tot gevolg dat de gemeenschappelijke goederen onder collectief bestuur van de ex-echtelieden vallen, omdat de bestuursregeling van artikel 1:97 BW Pro is uitgewerkt. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de voorzieningenrechter echter voorshands van oordeel dat vorenbedoeld erfdeel zodanig aan [y] is verknocht, dat deze verknochtheid zich verzet tegen collectief bestuur over het erfdeel. Het erfdeel valt derhalve, gelet op het bepaalde in artikel 1:94 lid 3 BW Pro, wel in de gemeenschap, maar onder de beperking dat enkel [y] er bestuursmacht over heeft. Dit betekent dat enkel [y] haar medewerking hoeft te verlenen aan de verdeling van de nalatenschap. Daarom zullen de vorderingen, die van de veronderstelling uitgaan dat de medewerking van [gedaagde] wel vereist is, worden afgewezen.
4.6. Gelet op de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. verleent verstek tegen [gedaagde];
5.2. wijst de vorderingen af;
5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.K. F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. W. van Seijen op 19 november 2008.??