ECLI:NL:RBLEE:2008:BG6737
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overgang ondernemingsraad bij concessieovergang openbaar vervoer
Arriva kreeg per 1 januari 2007 de concessies De Meijerij en Brabant Oost van de provincie Noord-Brabant, die voorheen door BBA werden verzorgd. BBA had een nieuwe medezeggenschapsstructuur opgezet met ondernemingsraden op concessieniveau. De ondernemingsraad (OR) De Meijerij/Brabant Oost vorderde dat Arriva de kosten van juridische bijstand zou vergoeden, omdat zij meende dat de OR bij de concessieovergang was mee overgegaan.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 22 WOR Pro de kosten van de OR voor de ondernemer zijn, mits vooraf gemeld. De kernvraag was of Arriva als ondernemer in de zin van de WOR geldt ten opzichte van de OR De Meijerij/Brabant Oost. De rechtbank concludeert dat de OR niet is mee overgegaan bij de concessieovergang, omdat dit in strijd is met de systematiek van de WOR. De OR is opgehouden te bestaan en Arriva is geen ondernemer ten opzichte van deze OR.
Ook het beroep op goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW Pro) faalt, omdat dit artikel alleen de verhouding werkgever-werknemer regelt, niet die tussen ondernemer en OR. De vordering van Wout van Veen Advocaten wordt afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Wout van Veen Advocaten in de proceskosten.