ECLI:NL:RBLEE:2008:BN3096
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging terbeschikkingstelling landerijen en boerderijgedeelte in belastingjaar 2001
Eiser, aandeelhouder van een B.V. die natuurontwikkelingsprojecten uitvoert, verhuurde landerijen en een deel van een boerderij aan de B.V. In 2001 ontstond een conflict tussen eiser en zijn broer, mede-aandeelhouder, wat leidde tot ontbinding van de pachtovereenkomst per 26 april 2001 en beëindiging van het gebruik door de B.V. per 1 november 2001. De landerijen werden daarna gebruikt door een nieuwe vennootschap, [G].
De Belastingdienst stelde dat de terbeschikkingstelling voortduurde tot 2002, waardoor een hogere belastingaanslag werd opgelegd over 2002. Eiser betwistte dit en stelde dat de terbeschikkingstelling in 2001 was beëindigd, wat gevolgen had voor de fiscale behandeling van de baten.
De rechtbank stelde vast dat de terbeschikkingstelling juridisch en feitelijk was beëindigd per 1 november 2001, ondanks dat schriftelijke vastlegging pas in januari 2002 plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst niet aannemelijk had gemaakt dat de terbeschikkingstelling in 2002 voortduurde. Hierdoor moest de belastingaanslag worden verminderd, en de baten niet in 2002 maar in 2001 worden verantwoord.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde een lagere aanslag op het belastbaar inkomen uit werk en woning. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De belastingaanslag over 2002 wordt verminderd wegens beëindiging van de terbeschikkingstelling per 1 november 2001.