ECLI:NL:RBLEE:2009:BH4400
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij bouwvergunning voor strandpaviljoen op Lemsterstrand
Eiser maakte bezwaar tegen de bouwvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Lemsterland aan een derde had verleend voor een strandpaviljoen met zwemaccommodatie op het Lemsterstrand. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser volgens hen geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank bevestigde deze beoordeling. Eiser woont niet in de directe nabijheid van het project en heeft geen zicht op de locatie. Daarnaast exploiteert hij geen concurrerende horecagelegenheid en deed hij geen inschrijving in de aanbestedingsprocedure, waardoor hij geen concurrent is van de vergunninghouder. Ook eerdere plannen van eiser voor een paviljoen op dezelfde locatie en zijn gesprekken met het college veranderen hier niets aan.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter onderbouwing van haar oordeel. Het gevoel van misleiding over de toegestane afmetingen van het zwembad en de mogelijke rendabiliteit daarvan is onvoldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar is ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is.