ECLI:NL:RBLEE:2009:BH8680

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
13 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/1480
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerkenArt. 40 WoningwetArt. 20 sub a Wet op de Ruimtelijke OrdeningArt. 8:67 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing handhavingsverzoek voetbaldoeltjes wegens bouwvergunningvrijheid

Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadeel om handhavend op te treden tegen de plaatsing van twee voetbaldoeltjes. Het college wees dit verzoek af omdat de voetbaldoeltjes volgens haar niet in strijd waren met de geldende regelgeving.

De rechtbank Leeuwarden behandelde het beroep tegen dit besluit en oordeelde dat de voetbaldoeltjes, gezien hun hoogte van maximaal drie meter gemeten vanaf de voet, als vergunningsvrije bouwwerken kwalificeren op grond van artikel 3 van Pro het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. Hierdoor is artikel 40 van Pro de Woningwet niet overtreden.

Daarnaast hoeft, omdat het bouwwerk vergunningvrij is, niet getoetst te worden aan de bestemmingsplanvoorschriften zoals bepaald in artikel 20, sub a, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De rechtbank concludeerde dat de plaatsing van de voetbaldoeltjes niet in strijd is met de ter plaatse geldende bestemming.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het college niet bevoegd is om handhavend op te treden tegen de voetbaldoeltjes. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college is niet bevoegd tot handhaving tegen de voetbaldoeltjes.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector bestuursrecht
procedurenummer: AWB 08/1480
proces-verbaal mondelinge uitspraak van 13 maart 2009 op grond van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
inzake het geding tussen
[naam] (hierna: [naam eiser]),
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: P.J. Smink, werkzaam bij de Vakcentrale CNV te Utrecht,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadeel (hierna: het college),
verweerder,
gemachtigden: M. Vriesema en D. Tilstra, beiden werkzaam bij verweerders gemeente.
Bestreden besluit
Het besluit van 14 juli 2008, waarbij het college het verzoek van [naam eiser] om over te gaan tot handhaving inzake twee voetbaldoeltjes, heeft afgewezen.
Datum zitting
13 maart 2009.
Zitting hebben:
rechter: mr. P.G. Wijtsma,
griffier: mr. B.M. van der Doef.
De rechtbank sluit het onderzoek en doet onmiddellijk uitspraak.
A. de beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
B. de motivering
De rechtbank is van oordeel dat de voetbaldoeltjes, nu de hoogte ervan gemeten vanaf de voet niet meer dan drie meter bedraagt, als een vergunningsvrij bouwwerk in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken zijn aan te merken. De rechtbank verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 juli 2008 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJN: BD6710). Dit betekent dat met het plaatsen van de voetbaldoeltjes artikel 40 van Pro de Woningwet niet wordt overtreden. Nu sprake is van vergunningsvrije bouwwerken, hoeft er, gelet op artikel 20, sub a, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet getoetst te worden aan de bestemmingsplanvoorschriften. Overigens is de rechtbank van oordeel dat de plaatsing van de voetbaldoeltjes niet in strijd is met de ter plekke vigerende bestemming.
Dat betekent dat het college niet bevoegd is om handhavend tegen deze voetbaldoeltjes op te treden en terecht het verzoek van [naam eiser] heeft afgewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een partij in de proceskosten te veroordelen.
Partijen en andere belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep aantekenen. Degene die daarvan gebruik wenst te maken, dient binnen zes weken na verzending van dit proces-verbaal een beroepschrift te zenden aan:
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.
De zitting wordt gesloten.
Waarvan proces-verbaal.
B.M. van der Doef P.G. Wijtsma