ECLI:NL:RBLEE:2009:BI4914
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en huurdervingsvergoeding als tegenprestatie
Eiseres nam in 2004 de aandelen van [X] BV over, die een huurovereenkomst had voor een bedrijfspand. In 2006 kocht eiseres het pand van de verhuurders, inclusief een vergoeding van € 163.640,-- voor gederfde huurinkomsten over vier jaar. Verweerder legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op over de koopprijs plus deze vergoeding en een boete.
Eiseres betoogde dat de huurdervingsvergoeding een aparte dienst betrof en niet tot de tegenprestatie behoorde, omdat de beëindiging van de huurovereenkomst en de koop volgtijdelijk en door verschillende rechtspersonen waren overeengekomen. Verweerder stelde dat de vergoeding een last was die bij de koop hoorde.
De rechtbank oordeelde dat de overdracht van het pand in verhuurde staat plaatsvond en dat de vergoeding voor gederfde huurinkomsten onderdeel was van de tegenprestatie. De rechtbank vond het onwaarschijnlijk dat er al een aparte overeenkomst tot voortijdige beëindiging was gesloten vóór de koop en wees op het tijdsverloop en de omstandigheden. De naheffingsaanslag werd bevestigd, maar de boete vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd, de boete wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.