ECLI:NL:RBLEE:2009:BI5023
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging toeslagregeling na overgang vervoersconcessie
In deze arbeidsrechtelijke zaak vordert FNV dat Arriva wordt veroordeeld tot handhaving van de gemiddelde onregelmatigheidstoeslag (OT) en toeslag voor gebroken diensten (GD) die golden bij de rechtsvoorgangers BBA en Connexxion. Arriva had de concessies Brabant-Oost en HWGO overgenomen en voerde een wijziging door waarbij de toeslagregeling werd gelijkgeschakeld met die voor het overige personeel, met instemming van de ondernemingsraad.
FNV stelt dat deze wijziging in strijd is met artikel 38 lid 1 sub b van Pro de Wet personenvervoer 2000 (Wpv), omdat rechten en plichten uit bedrijfsregelingen van rechtswege overgaan op de nieuwe concessiehouder en dat de CAO een dergelijke wijziging niet toestaat. Arriva betwist dit en wijst op de instemming van de ondernemingsraad en het feit dat het inkomen van chauffeurs op jaarbasis niet significant verandert.
De kantonrechter stelt vast dat de rechten en plichten uit de bedrijfsregelingen inderdaad zijn overgegaan op Arriva en dat de CAO-bepaling (art. 29 lid Pro 3) die het mogelijk maakt toeslagen gemiddeld uit te betalen, niet uitsluit dat de werkgever kan besluiten terug te keren naar de hoofdregel van individuele toeslagen. Dit besluit valt binnen de bevoegdheden die Arriva met de concessieovername heeft verkregen. Het argument van FNV dat sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding wordt verworpen.
De vordering van FNV wordt afgewezen en FNV wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van FNV tot handhaving van de gemiddelde toeslagregeling wordt afgewezen.