ECLI:NL:RBLEE:2009:BI6760
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Zomer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
De man stelde beroep in tegen het door de burgemeester opgelegde tijdelijk huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, vanwege vermeend gebrek aan bewijs voor ernstig en onmiddellijk gevaar. Hij betwistte het gebruik van 'toevallige' wapens en de vrees voor toekomstig geweld, en voerde aan dat persoonlijke motieven ten grondslag lagen aan het huisverbod. De vrouw verklaarde dat zij het beter vond dat de man tijdelijk niet thuis was.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester een discretionaire bevoegdheid heeft bij het opleggen van een huisverbod en dat toetsing terughoudend moet zijn. Uit het proces-verbaal bleek dat er sprake was van een incident waarbij de vrouw gewond raakte en dat de man op 26 mei 2009 was aangehouden. Dit vormde voldoende grondslag voor het huisverbod.
De man voerde ook aan dat hij geen griffierecht verschuldigd zou zijn, wat de voorzieningenrechter bevestigde vanwege een wetswijziging. Daarnaast werd het mandaatbesluit van de burgemeester geldig geacht. De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester in redelijkheid het huisverbod kon opleggen, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.