ECLI:NL:RBLEE:2009:BI9917
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek pleidooi wegens procedurele vertraging en gebrek aan nieuwe feiten
In deze civiele zaak heeft de curator bezwaar gemaakt tegen het verzoek van gedaagden om pleidooi te mogen voeren. De curator stelde dat gedaagden de procedure opzettelijk vertraagden door telkens pas na afronding van de procedure tegen één gedaagde het verstek van de volgende gedaagde te zuiveren. De rechtbank constateerde dat de juridische en feitelijke stellingen van de verschillende gedaagden vrijwel identiek waren en dat er geen nieuwe feiten of juridische kwesties waren ingebracht.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 134 lid 2 Rv Pro geen nieuwe dag voor pleidooi wordt bepaald indien eerdere pleidooien niet hebben plaatsgevonden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Gedaagden hadden geen bijzondere omstandigheden aangevoerd en de rechtbank zag ook geen aanleiding om hiervan uit te gaan. Het verzoek om pleidooi werd daarom afgewezen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat gedaagden de grenzen van de goede procesorde hadden bereikt door de procedure onnodig te verlengen. Het toestaan van het pleidooiverzoek zou deze grenzen overschrijden. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat klemmende redenen nodig zijn om een pleidooi te weigeren, en vond dat het ontbreken van bijzondere omstandigheden en de onaanvaardbare vertraging elk afzonderlijk een dergelijke reden vormden.
De rechtbank bepaalde dat geen gelegenheid tot pleidooi wordt gegeven, verwees de zaak naar de rol van 5 augustus 2009 voor vonnis en hield verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Verzoek om pleidooi wordt afgewezen wegens procedurele vertraging en gebrek aan nieuwe feiten.